U bent hier:

GOED ONDERWIJS IS OOK: MERKEN DAT JE GEHOLPEN WORDT

Onderzoek

Uit de DUO-benchmark PO 2026 blijkt dat ouders en leerlingen overwegend positief zijn over het primair onderwijs. Toch bevat het rapport een belangrijk aandachtspunt: leerlingen ervaren de laatste jaren minder extra ondersteuning. In dit artikel vertalen we die bevinding naar de praktijk van remedial teachers, intern begeleiders en schoolleiders. Wat betekent goed onderwijs als ondersteuning wel georganiseerd is, maar door leerlingen minder wordt gevoeld?

Wat de DUO-benchmark PO 2026 betekent voor remedial teaching en inclusief onderwijs

Ouders en leerlingen zijn overwegend positief over het primair onderwijs. Toch zit er onder die tevredenheid een belangrijk signaal: leerlingen ervaren minder extra ondersteuning. Juist daar ligt een professionele opdracht voor scholen, remedial teachers en andere ondersteuningsprofessionals.

Het primair onderwijs staat er volgens de DUO-benchmark 2026 op het eerste gezicht goed voor. Leerlingen waarderen het onderwijs op hun school gemiddeld met een 8,6; ouders geven een 7,8. Dat zijn cijfers om serieus te nemen én om trots op te zijn. Maar wie verder kijkt dan het rapportcijfer, ziet ook een scherpe waarschuwing. In het primair onderwijs is de laatste jaren een daling zichtbaar in de extra ondersteuning die leerlingen ervaren. Voor een tijdschrift over inclusief onderwijs en remedial teaching is juist dát de kernvraag: wat zegt het over ons onderwijs wanneer kinderen minder merken dat zij geholpen worden?

Wat is goed onderwijs?

Goed onderwijs wordt vaak besproken in termen van leeropbrengsten, methodes, toetsen en inspectiekaders. Die zijn belangrijk, maar ze vertellen niet het hele verhaal. De DUO-benchmark PO 2026 laat zien dat ouders en leerlingen onderwijs beoordelen vanuit hun dagelijkse ervaring. Voor leerlingen gaat het om goede lessen, duidelijke uitleg, weten wat je goed en minder goed kunt, kunnen leren in je eigen tempo en extra hulp kunnen krijgen. Voor ouders gaat het onder meer om de vraag of hun kind veel leert, voldoende uitdaging krijgt en of de school rekening houdt met talenten én met wat een kind minder goed kan.

Dat laatste raakt direct aan de kern van remedial teaching. Inclusief onderwijs wordt niet zichtbaar in beleidsdocumenten, maar in de vraag of een leerling in de klas merkt: mijn leerkracht ziet waar ik vastloop, ik krijg uitleg die bij mij past en ik hoef niet eerst te falen voordat iemand in beweging komt.

Tevredenheid mag geen reden zijn om achterover te leunen

De algemene uitkomsten zijn positief. Leerlingen zijn ruim tevreden over het onderwijs op hun basisschool. Ouders eveneens. Toch is het risico van zulke cijfers dat scholen vooral bevestiging lezen: het gaat goed. De benchmark vraagt om een preciezere lezing.

DUO-Onderwijs stelt dat sociale veiligheid, voorzieningen en onderwijs zelf belangrijke factoren zijn in de algemene tevredenheid van leerlingen. Bij ouders staat onderwijs zelfs nadrukkelijk op nummer één, naast communicatie, schoolleiding en welbevinden. Het oordeel over onderwijs gaat dus niet alleen over leerresultaten. Ouders kijken naar het totaal: leert mijn kind voldoende, wordt het gezien, krijgt het passende uitdaging en wordt er rekening gehouden met wat moeilijk gaat?

Daarmee verschuift de vraag van “zijn ouders tevreden?” naar “waarover zijn zij tevreden, en waar schuurt het?”. Juist dat maakt deze benchmark interessant voor scholen die inclusief onderwijs serieus willen nemen.

Het meest urgente signaal: extra ondersteuning wordt minder ervaren

Een van de opvallendste trends in het rapport is dat leerlingen in het primair onderwijs de laatste jaren minder extra ondersteuning ervaren. Dat is geen detail. Het raakt aan de basis van passend en inclusief onderwijs. Voor leerlingen is extra ondersteuning geen abstract begrip. Het gaat niet om de vraag of een school een ondersteuningsstructuur heeft, maar of een kind daadwerkelijk merkt dat die ondersteuning er is. Krijg ik hulp als ik iets niet snap? Ziet iemand dat ik blokkeer? Mag ik op mijn eigen tempo leren? Weet mijn leerkracht wat ik goed kan en wat ik moeilijk vind?

Wanneer leerlingen minder extra ondersteuning ervaren, kan dat verschillende dingen betekenen. Misschien is de ondersteuning er wel, maar is zij voor leerlingen onvoldoende zichtbaar. Misschien wordt hulp vooral buiten de klas georganiseerd en ervaren kinderen die niet als onderdeel van hun dagelijkse leren. Misschien staat de basisondersteuning onder druk. Of misschien zijn de onderwijsbehoeften complexer geworden, terwijl tijd, formatie en expertise niet evenredig zijn meegegroeid.

Wat de oorzaak ook is: voor remedial teachers is dit een belangrijk signaal. De vraag is niet alleen of ondersteuning wordt geboden, maar of ondersteuning door leerlingen wordt ervaren als helpend, tijdig en passend.

Een leerling ervaart ondersteuning pas als hulp niet alleen georganiseerd is, maar ook voelbaar wordt in de dagelijkse lespraktijk

De rol van de remedial teacher verandert

De benchmark bevestigt dat remedial teaching niet los kan worden gezien van de kwaliteit van het onderwijs in de klas. Extra hulp buiten de groep blijft voor sommige leerlingen noodzakelijk en waardevol. Maar als ondersteuning pas begint wanneer een leerling is uitgevallen, komt zij vaak te laat. De remedial teacher van nu heeft daarom een bredere opdracht. Niet alleen remediëren, maar ook signaleren, analyseren, terugkoppelen en preventief meedenken. Wat valt op in de fouten die leerlingen maken? Welke instructie ontbreekt? Welke strategieën worden niet begrepen? Waar sluit de methode onvoldoende aan? Welke leerlingen blijven stil onder de radar, omdat zij zich aanpassen maar ondertussen afhaken?

Juist remedial teachers kunnen patronen zichtbaar maken die voor de individuele leerkracht moeilijk te zien zijn. Zij werken vaak met leerlingen bij wie het leren schuurt. Daardoor beschikken zij over waardevolle kennis over de kwaliteit van instructie, differentiatie, taakaanpak, motivatie en zelfvertrouwen.

Die kennis moet terug de school in. Niet als kritiek op de leerkracht, maar als versterking van de onderwijspraktijk.

Ouders kijken naar onderwijs via hun kind

DUO-Onderwijs benadrukt dat ouders het onderwijs deels beoordelen op aspecten die zij zelf het beste kunnen ervaren: gesprekken over hun kind, duidelijke antwoorden van leerkrachten, de organisatie van de school, aandacht voor normen en waarden en de vraag of hun kind het naar zijn zin heeft in de groep.

Dat is een belangrijk inzicht. Ouders zitten niet dagelijks in de klas, maar zij merken thuis wel wat onderwijs met hun kind doet. Ze zien frustratie bij huiswerk, vermijding bij lezen, spanning rond toetsen of juist hernieuwd vertrouwen na goede begeleiding. Hun oordeel over school wordt mede gevormd door de vraag of zij zich serieus genomen voelen wanneer hun kind iets nodig heeft.

Voor remedial teachers ligt hier een verbindende rol. Zij kunnen toetsgegevens, observaties en onderwijsbehoeften vertalen naar begrijpelijke taal. Ouders hebben niet genoeg aan de mededeling dat een kind “uitvalt op technisch lezen” of “moeite heeft met automatiseren”. Zij willen weten: wat betekent dit, wat merkt mijn kind ervan, wat doet school en wat kunnen wij thuis wel of juist niet doen?

Heldere communicatie is daarmee geen bijzaak. Het is onderdeel van goede ondersteuning.

 Vragen voor de RT’er, IB’er en schoolleider

  1. Ervaren leerlingen onze ondersteuning als tijdig en helpend?
     
  2. Weten leerlingen wat zij al kunnen en waar zij nog hulp bij nodig hebben?
     
  3. Komt kennis uit remedial teaching terug in de klas?
     
  4. Begrijpen ouders wat wij zien, wat dit betekent en wat we gaan doen?
     
  5. Werken we vooral achteraf remediërend, of ook preventief in de basisondersteuning?
     
  6. Welke leerlingen lijken stil mee te doen, maar profiteren onvoldoende van de instructie?
     
  7. Is extra ondersteuning zichtbaar in het dagelijks handelen van de leerkracht?

Inclusief onderwijs vraagt om merkbare ondersteuning

Inclusief onderwijs wordt vaak groot gemaakt: stelselvragen, zorgplicht, samenwerkingsverbanden, financiering, thuiszitters. Die discussie is nodig. Maar op schoolniveau begint inclusie kleiner en concreter. Het begint bij de leerling die merkt dat hij niet buiten de boot valt. Bij de ouder die ervaart dat de school luistert. Bij de leerkracht die niet alleen verantwoordelijk staat, maar specialistische steun krijgt. En bij de remedial teacher die niet pas wordt ingevlogen bij problemen, maar structureel meedenkt over goed onderwijs.

De daling in ervaren extra ondersteuning moet daarom serieus worden genomen. Niet als verwijt, maar als professioneel signaal. Misschien doen scholen veel, maar komt het onvoldoende aan bij leerlingen. Misschien zijn ondersteuningsstructuren vooral zichtbaar voor volwassenen, maar minder voor kinderen. Misschien wordt er hard gewerkt, maar ontbreekt de tijd om leerlingen expliciet te laten ervaren: dit helpt jou verder.

Goed onderwijs is niet alleen dat er ondersteuning beschikbaar is. Goed onderwijs is dat leerlingen die ondersteuning herkennen, benutten en voelen in hun ontwikkeling.

Van data naar handelen

De waarde van de DUO-benchmark zit niet in het rapportcijfer alleen. De waarde zit in de uitnodiging om beter te luisteren naar ouders en leerlingen. Wat ervaren zij als goed onderwijs? Waar voelen zij zich geholpen? Waar blijft ondersteuning voor hen onzichtbaar?

Voor scholen betekent dit dat tevredenheidsonderzoek niet alleen een verantwoordingsinstrument moet zijn, maar een startpunt voor professioneel gesprek. Voor remedial teachers betekent het dat hun expertise niet beperkt moet blijven tot individuele begeleiding. Hun kracht ligt juist in de verbinding tussen leerling, leerkracht, ouders en schoolontwikkeling.

Wie de benchmark scherp leest, ziet een duidelijke opdracht: maak ondersteuning niet alleen passend op papier, maar merkbaar in de praktijk. Daar begint inclusief onderwijs. Uiteraard zetten we de resultaten die voortkwamen uit onderzoek in het voortgezet onderwijs een volgende keer ook uiteen.

Bronnen

  • DUO-Onderwijs. Landelijke benchmark leerlingen en ouders PO 2026: de belangrijkste inzichten.
  • DUO-Onderwijs. Benchmark 2026: zo kijken ouders en leerlingen naar goed onderwijs.