Inclusief onderwijs betekent het onderwijs zo vormgeven dat élke leerling eraan kan deelnemen en succesvol kan leren. Dat roept vaak beelden op van individuele begeleiding, aangepaste leerroutes of gespecialiseerde ondersteuning. Hoewel dergelijke maatregelen voor sommige leerlingen noodzakelijk zijn, laat onderzoek ook zien dat de belangrijkste basis voor inclusie ligt in de kwaliteit van de dagelijkse lespraktijk. Wanneer die is afgestemd op universele principes van hoe mensen leren, profiteren alle leerlingen daarvan en in het bijzonder leerlingen met extra ondersteuningsnoden. Maar hoe werkt leren precies? En wat betekent dit door effectief lesgeven? De nieuwe NKO-leidraad Effectieve didactiek in het voortgezet onderwijs bundelt zes evidence-informed aanbevelingen die docenten en schoolteams helpen om hun onderwijs voor álle leerlingen te versterken.
Nederland en Vlaanderen kennen een lange traditie van speciaal onderwijs. Daardoor leeft soms het idee dat leerlingen met specifieke onderwijsnoden vooral gebaat zijn bij een fundamenteel andere aanpak als vertrekpunt (Surma, 2021). Onderzoek benadrukt echter dat inclusief onderwijs in de eerste plaats begint met effectieve didactiek als basis voor alle leerlingen. Gerichte interventies kunnen waardevol zijn, maar zijn het meest effectief wanneer zij de kwaliteitsvolle en heldere instructie binnen de dagelijkse onderwijspraktijk aanvullen en niet vervangen (Archer & Hughes, 2011; Education Endowment Foundation, 2026; Mccrea et al., 2025).
Echt inclusief onderwijs is dan ook in eerste instantie onderwijs met effectieve didactische aanpakken die werken voor de hele klasgroep en waarin leerlingen met specifieke onderwijsnoden net zo min mogelijk apart behandeld hoeven te worden. Een belangrijke vraag is dan: wat zijn die effectieve aanpakken?
Hoe mensen leren en wat dit betekent voor lesgeven
Om die vraag te beantwoorden, vertrekt De NKO leidraad Effectieve didactiek in het voortgezet onderwijsvanuit een vereenvoudigde werking van het geheugen (zie Figuur 1): Hoe leren mensen en wat betekent dit voor het lesgeven?

Figuur 1. Vereenvoudigde weergave van de werking van het geheugen.
Nieuwe leerstof moet eerst via gerichte aandacht worden geselecteerd vanuit het zintuigelijk geheugen om doorgestuurd te worden naar het werkgeheugen, waar die leerstof vervolgens verwerkt kan worden. Omdat de capaciteit van het werkgeheugen beperkt is, kan het snel overbelast raken. Wanneer te veel nieuwe informatie tegelijk wordt aangeboden, of de didactische aanpak van de docent zelf teveel capaciteit vraagt, zal een groot deel van die nieuwe leerstof verloren gaan. Tegelijkertijd is het belangrijk dat leerlingen cognitief actief met de leerstof aan de slag gaan. Pas door cognitief actieve verwerking en het verbinden van nieuwe informatie met bestaande kennisschema’s kan kennis immers worden opgeslagen en verankerd in het langetermijngeheugen. Daar ontstaat de kennisbasis die leerlingen nodig hebben om nieuwe informatie te begrijpen en hun kennis verder uit te bouwen.
Aanbevelingen voor effectieve didactische principes
Dit inzicht over hoe alle mensen leren, volgens dezelfde fundamentele cognitieve mechanismen, is de eerste aanbeveling in de leidraad en vormt het fundament voor de vijf daaropvolgende aanbevelingen voor effectieve didactische aanpakken.
- Leg nieuwe leerstof duidelijk en gestructureerd uit
- Laat álle leerlingen veelvuldig en gericht nadenken over nieuwe leerstof
- Achterhaal het begrip van je leerlingen en stuur bij
- Geef leerlingen zelfstandige oefenkansen
- Verdiep en verbreed het leren
Doordat deze aanbevelingen voortbouwen op inzichten over hoe leren werkt, wordt het voor docenten niet alleen duidelijk welke didactische aanpakken kunnen werken, maar ook waarom en wanneer ze werken. Dit helpt om weloverwogen didactische keuzes te maken, in plaats van de aanbevelingen te gebruiken als een afvinklijst met werkvormen, die zo veel mogelijk tijdens één les moeten worden toepassen.
Leg nieuwe leerstof duidelijk en gestructureerd uit
Een heldere en expliciete uitleg helpt leerlingen om nieuwe kennis op te bouwen en te verbinden met wat ze al weten. Effectieve docenten brengen daarom structuur aan in de leerstof en de les, formuleren duidelijke leerdoelen en maken zichtbaar welke succescriteria daarbij horen. Door hierbij voorbeelden te geven, krijgen leerlingen inzicht in wat van hen verwacht wordt. Het activeren van relevante voorkennis helpt hen om nieuwe informatie te koppelen aan bestaande kennis. Daarnaast ondersteunen begrijpelijke en consistente taal, de combinatie van verbale en visuele informatie en een passend lestempo het verwerken van nieuwe leerstof.
Laat álle leerlingen veelvuldig en gericht nadenken over nieuwe leerstof
Om écht iets te leren, moeten leerlingen de nieuwe leerstof cognitief actief verwerken. Daarom is het belangrijk dat alle leerlingen tijdens de les regelmatig doelgericht nadenken over de leerstof. Dat kan bijvoorbeeld door leerlingen ongevraagd aan te wijzen, iedereen gelijktijdig te laten antwoorden, antwoorden of ideeën te laten opschrijven, of korte duo-gesprekken te laten voeren. Door de hele klas te laten nadenken, zijn leerlingen actiever betrokken en leren ze meer.
Achterhaal het begrip van je leerlingen en stuur bij
Effectieve docenten gaan voortdurend na of leerlingen de leerstof begrijpen. Dat kan heel laagdrempelig door bijvoorbeeld dagelijkse observaties, gerichte vragen te stellen, of korte controlemomenten tijdens de les in te bouwen. Door regelmatig na te gaan wat leerlingen al begrijpen en waar nog misconcepties of moeilijkheden liggen, kunnen docenten hun instructie beter afstemmen op de onderwijsnoden van hun leerlingen. Daarbij kunnen ze bijvoorbeeld inzetten op scaffolding (tijdelijke adaptieve ondersteuning) of feedback die leerlingen aan het denken én aan het werk zet. Het achterhalen van begrip is geen eenmalige controle, maar een doorlopend onderdeel van effectief onderwijs.
Geef leerlingen zelfstandige oefenkansen
Zelfstandig oefenen helpt leerlingen om kennis te versterken, vaardigheden te automatiseren en dit duurzaam te verankeren in het langetermijngeheugen. Daarom hebben ze voldoende kansen nodig om nieuwe kennis en vaardigheden zelfstandig toe te passen. Dit kan bijvoorbeeld door herinneringspogingen uit te lokken (retrieval practice) of door in te zetten op productieve leerstrategieën, zoals samenvatten of schematiseren. Effectief oefenen betekent ook dat leeractiviteiten worden gespreid in de tijd en dat leerlingen op verschillende momenten met dezelfde leerstof aan de slag gaan. Door afwisselend te oefenen met vergelijkbare concepten of oplossingsmethoden leren leerlingen beter onderscheid maken en kennis flexibeler toepassen. Tot slot is het belangrijk om leerlingen binnen een vak effectieve studeerstrategieën aan te leren, en niet als afzonderlijke les ‘leren leren’.
Verdiep en verbreed het leren
Wanneer leerlingen al veel kennis hebben opgebouwd, kunnen ze die kennis via specifieke aanpakken verder verdiepen of verbreden. Denk bijvoorbeeld aan onderzoekend leren via practica, ontwerponderwijs, of eigen onderzoek. Maar ook leren in authentieke contexten of samenwerkend leren helpen om het begrip te verdiepen.
Effectieve didactische principes zoals besproken in de leidraad bieden een stevige basis voor kwaliteitsvol klassikaal onderwijs. Bovendien omvatten deze principes universele aanpakken die bijzonder effectief zijn juist voor leerlingen met extra onderwijsnoden (cf. EEF 2026; Mitchell & Sutherland, 2021; Surma et al., 2019). Wanneer die basis op orde is, blijkt een groot deel van de leerlingen, ook leerlingen met extra onderwijsnoden, de leerdoelen te kunnen bereiken zonder bijkomende interventies. Onderzoek bevestigt dat het aantal leerlingen dat extra ondersteuning nodig heeft rechtstreeks samenhangt met de kwaliteit van de eerstelijnsinstructie, oftewel kwaliteitsvol klassikaal onderwijs als basis (Vaugh & Denton, 2008). Toch zijn er leerlingen voor wie dit niet genoeg is en die nood hebben aan extra ondersteuning binnen of buiten de klas. Remedial teachers kunnen hierin een verbindende rol vervullen door aanvullende ondersteuning af te stemmen op de klassikale instructie en samen met leraren te werken aan een doorgaande lijn in begeleiding. Dergelijke ondersteuning is echter het meest effectief wanneer zij voortbouwt op sterke dagelijkse instructie en nauw verbonden blijft met het leren in de klas (EEF, 2026).
Door onderwijs vorm te geven op basis van hoe leren werkt, ontstaat een kwaliteitsvolle basis waarin zoveel mogelijk leerlingen kunnen leren. Daarmee vormt effectieve didactiek niet alleen de basis van goed onderwijs, maar ook een onmisbare voorwaarde voor succesvol inclusief onderwijs.